50 ways to leave

In de eerste maanden van dit jaar zijn er in het hospice al veel mensen overleden. In de meeste gevallen was het een verwacht overlijden waar rustig naartoe geleefd werd. In sommige gevallen ging het op een harde manier, plotseling en ruw, na een periode van strijd of verzet of door een acute complicatie. Vaak past een overlijden bij de tijd van leven die iemand heeft gehad. En regelmatig past dat juist helemaal niet. Bovendien geeft de geleefde tijd geen garantie voor rustige overgave aan de dood: ook als je 90 bent kan er nog een mijlpaal zijn die je wilt halen. Een geboorte, het willen overleven van je zieke kind, nog één keer de lente meemaken. Verbazingwekkend kalm en berustend was er een jonge moeder die het leven en haar dood nam zoals het kwam. Ze droeg het verlies in alle rust. Toen ze voelde hoe de dood werkelijk grip kreeg op haar lichaam vroeg ze haar dierbaren haar alleen te laten zodat ze kon gaan rusten. Een jonge moeder kan accepteren dat haar leven ophoudt, een oude opa kan zich tot het laatst verzetten.
De gedachte aan het einde geeft steeds meer rust als het traject van ziek zijn of ziekmakende behandelingen de kwaliteit van leven beperkt. Wat eerder belangrijk was verliest door het ziek zijn betekenis. De wil om hoe dan ook door te leven verliest zijn kracht en wordt verdrongen door de wens te sterven. Leeftijd speelt dan geen rol meer. Niet voor de patiënt, wél voor de naasten! Ook al aanvaardt een geliefde de dood, voor de achterblijvers kan het gevoel van onrecht over dit te korte leven levenslang blijven bestaan. Dat is natuurlijk anders voor de achterblijvers van de geliefde die op hoge leeftijd is overleden.
In het hospice zien we hoe ieder mens zijn eigen route naar het einde heeft, met variaties in duur, beleving, bewustzijn, in een kamer vol familie of alleen en in zichzelf gekeerd. Er is vrede en onrust, er is strijd en overgave, er is angst en verlangen. Sommige families zijn ervaringsdeskundig met het proces, ze weten wat ze zien en ze weten wat te doen en laten. Onze begeleidende rol kan dan klein zijn. Andere families zijn onervaren. We hebben als zorgteam de bijzondere taak om ze te begeleiden met uitleg, aandacht, soms aanwijzingen voor wat goed is om te doen en te laten, tot aan het laatste moment.
Als dat moment er werkelijk is, als de ademhaling hapert, de kleur verandert, de sfeer rondom de stervende magisch stil wordt, dan moeten we ons als zorgverleners terugtrekken, onzichtbaar maken. Dit intense intieme moment is voor de mensen om wie het gaat, het gaat om hen. Niet om ons of onze rol. Dit kunnen families en dierbaren alleen, ook als ze het nooit eerder hebben meegemaakt. Het is of een bijna eerbiedige stilte de mensen omringt en beschermt.
En soms gaat het compleet anders! De 90 jarige echtgenote aan het sterfbed van haar even oude man praat zijn laatste uur gezellig vol met wie maar luisteren wil. Ze is zich ervan bewust dat hij snel gaat overlijden, dat heb ik toch nog maar even geverifieerd bij haar. Terwijl ik naar haar levendige verhaal over een buurvrouw luister zie ik uit mijn ooghoek dat haar man aan zijn laatste ademhalingen begint. Ik maak het gebaar voor zwijgen en ik wijs haar in stilte op haar man. Kijk naar hem, hij gaat, na 70 jaar samen…. Ze ziet het. Ze pakt zijn hand. Ik sluip de kamer uit. Zo’n 10 minuten later kom ik stil weer binnen, me bewust van wat hier zojuist gebeurd is. Meteen veert mevrouw op, schuift de stoel naar achter en trekt met een krachtige ruk haar jasje recht.
'Zo! Hij is dood. Wat nu?’
Fascinerend werk, hospiceverpleegkundige.
50 ways to leave…









