Doodeng, maar geen zorgen

‘Daar ben ik het meest bang voor: dat ik niet meer langs de tumor kan ademen en dan stik.’


De tumor is ingegroeid in de luchtpijp en hoewel een stent de doorgang op die plek voorlopig garandeert is Pieters’ angst niet irreëel. De tumor groeit door en zal gaan duwen. Pieter weet dat, het hospiceteam weet dat. We spreken met Pieter over de angst om te stikken en dat stikken eigenlijk nauwelijks voorkomt. We proberen zijn heftige beelden weg te nemen door hem inzicht te geven in wat wij zullen doen als het toch gebeurt: we zullen zorgen dat hij deze angstaanjagende benauwdheid niet bewust meemaakt. We beloven hem dat we meteen via neussprays het bewustzijn verlagende medicijn midazolam toedienen.


‘Maar hoe weten jullie dan wanneer het het goede moment is om het middel te geven zodat ik mijn bewustzijn verlies? Want jullie moeten het ook niet te vroeg geven! Misschien valt het mee en kan er nog wat gedaan worden aan de benauwdheid. Als ik dan teveel van dat middel krijg ga ik misschien te vroeg dood!’


Aanvankelijk lukt het goed om Pieter gerust te stellen door onze uitleg en zijn vertrouwen in ons professioneel handelen. Naar mate de weken voorbij gaan neemt sluipenderwijs zijn benauwdheid toe. Morfinetabletten helpen het benauwdheidsgevoel te onderdrukken. Pieter realiseert zich dat dit effect eindig zal zijn maar met de morfine lukt het hem vooralsnog dóór te leven. Zich niet te laten beheersen door de angst om te stikken hoewel die er zeker is. Regelmatig vraagt hij ons: ‘weten jullie nog wat jullie moeten doen als ik stik?’ We stellen hem gerust. We herhalen de scenario’s zo vaak als hij het nodig heeft. Ja Pieter, we weten wat we moeten doen.


Mijn dienst begint rustig, het lijkt een dag als de voorgaande. Tot Pieter belt. Ik kom zijn kamer in en zie bloed. Op zijn shirt, op het laken. Met elke hoest stroomt er bloed uit zijn mond. Hij zit op de rand van zijn bed en grijpt me vast. Klampt zich vast. ‘Help me! Help me!’ Zijn ogen zijn immens groot en de angst is overweldigend. ‘Help me, help me nou! Doe wat!’ Ik hoor hoe zijn longen zich vullen, kletsnat daarbinnen. Na elke inademing volgt een rochelende bloederige uitademing. Pieter gaat dood.


Ik moet opstaan om te doen wat we hem beloofd hebben te doen tijdens al die herhaalde scenariobesprekingen. Medicatie pakken, neusspray toedienen. Maar Pieter klampt zich vast, ik kan niet weg. Dus móet ik me met kracht losmaken uit zijn greep. ‘Niet weggaan, blijf bij me, blijf!’ Terwijl ik probeer zijn vingers één voor één uit mijn bovenarm te halen praat ik tegen hem.


‘Pieter, dit is het moment voor het slaapmiddel. Ik ga je dat geven. Is dat oké?’ Pieter kijkt me aan: ‘help me’…. Hij laat me los.


Mijn collega komt en laat zich vasthouden door Pieter. Ik spray de midazolam. Het gaat razendsnel. Pieter zakt in de kussens en overlijdt binnen een paar minuten. We blijven sprakeloos zitten en kijken naar hem, naar het bloed op zijn shirt, het bloed om zijn mond. En nee Pieter: nu weten we even helemaal niet wat we moeten doen.


Ik kan niet eens met zekerheid zeggen of ik exact de voorgeschreven dosis heb gesprayd: ik wist dat Pieter geen schijn van kans had en ik handelde. Ik heb nog een ampul midazolam opgetrokken, ‘voor alle zekerheid’. Achteraf realiseerde ik me dat hij op dat moment al diep in shock was.


Pieter bloedde in onze handen dood. Daarna gingen we door met de dag. We hielden elkaar in de gaten, we keken naar elkaar om. We vertelden erover aan collega’s. We gingen naar huis… Later evalueerden we de gebeurtenis, er was tijd en aandacht voor ons. Genoeg. Echt genoeg. De beelden zakten in ons binnenste op hun plek, er kwamen geen nachtmerries of ontregelende herbelevingen. ‘We deden wat we konden’: dat besef kreeg toch de overhand.


Maanden zijn voorbij gegaan. Soms komen de beelden en het loswrikken uit Pieters’ greep weer even langs. Al dat bloed. Al die angst. Maar ook dat ene korte cruciale moment van elkaar helemaal begrijpen: ‘dit is het moment voor het slaapmiddel Pieter. Ik ga je dat geven. Is dat oké?’ Een secondelang Pieters’ ogen in die van mij. Dan zijn bevestiging door zijn laatste ‘help me’….


We wisten het allebei: dit was het juiste moment voor het afgesproken scenario. Geen seconde te vroeg. Te laat?....

door hetty omvlee • 11 augustus 2026
Niet meer beter kunnen worden en dan LEVEN tot het LAATST. Over de publiekscampagne en ambivalentie.
door hetty omvlee • 15 april 2026
Soms verandert 'de dag plukken' in 'wachten op de dood'. Soms is er niet eens tijd om te wachten. Herdenkingstekst hospice Demeter.
door hetty omvlee • 4 maart 2026
Vaak is het stil en met ingehouden adem. Het moment van doodgaan. Maar het kan ook heel anders gaan!
door hetty omvlee • 11 januari 2026
Alles was geregeld voor de euthanasie. Of toch niet?
door hetty omvlee • 1 oktober 2025
Soms moet je een risico nemen en uitspreken wat je denkt dat hardop gezegd moet worden maar waarvan je niet zeker weet of het goed is. Ook of juist aan het sterfbed.
door hetty omvlee • 15 juni 2025
Er is een vermoeden van longkanker en uitzaaiingen maar Kees ziet af van nieuwe onderzoeken om dit vermoeden te bevestigen. En van behandelingen.
door hetty omvlee • 1 juni 2025
Opeens besef ik dat ik een stap heb overgeslagen: Joost is heel jong, maar ook zijn ouders zijn nog jong! Hebben ze ooit een stervensproces meegemaakt?
door hetty omvlee • 25 mei 2025
Ze vluchtte uit haar dictatoriale moederland met uitgezaaide kanker in haar tengere lichaam. Het ‘regime’ in haar land verbood haar de toegang tot behandelingen.
door hetty omvlee • 24 mei 2025
Niet aangeboren hersenletsel, NAH, verandert mensen, zichtbaar en onzichtbaar. Ook het verdriet en de eenzaamheid die daarbij komen kijken is zichtbaar en onzichtbaar. Vooral onzichtbaar.
door hetty omvlee • 18 maart 2025
De (para-) medische zorg voor mensen met ALS is in Nederland goed geregeld. Zorg voor emotionele, sociale en zingevingsproblematiek kan beter.
Meer blogs om te lezen! >